Home  -> Nieuws Leeg plaatje
Mag ik ook nog een kaarsje aansteken?
 

Eén van de mannen zegt me: ‘Ik kom naar de kerkdienst om een kaarsje aan te kunnen steken. Zo kan ik weer even in gedachten bij mijn vader zijn. Het doet me nog steeds zo zeer dat ik hem missen moet.’ Zo vergaat het veel mensen die in detentie zitten.

Ook vandaag tijdens de kerkdienst komen er weer veel mensen naar voren. Graag pakken de mannen een kaarsje aan. De koster houdt de paaskaars vast zodat het kaarsje aangestoken kan worden aan het licht van de paaskaars, het Licht van Christus. Daarna wordt het kaarsje neergezet op de standaard, bij het beeld van Maria. Het is een moment in de kerk dat er een ingetogen sfeer is. Even is ieder gedachten met wat hem zelf bezig houdt. Staande bij het kaarslicht, bij het beeld van Maria. Biddend. Groot, klein, jong, oud, stoer of juist verlegen: de mannen staan daar en ze bidden, hun handen gevouwen. Seconden tikken weg, tijd speelt geen rol. Velen maken een kruisteken. Daarna lopen ze weer terug naar hun plaats. De organiste, zij komt van buiten om de kerkdienst op te luisteren met haar muziek, speelt zachtjes muziek die passend is bij dit moment.

Als alle mannen hun kaarsje hebben aangestoken, steek ik zelf ook nog een kaarsje aan. Zet hem op een plekje in de standaard en spreek in mijzelf mijn eigen gebed uit. Ik staar naar het licht. Gedachtes en gevoelens komen op en verdwijnen. Het is mooi. Een heilig moment. Dan ga ik weer terug naar de plek achter de altaartafel. De koster zet de paaskaars terug op de standaard. De organiste beëindigt haar muziekspel.

Opeens komt zij van haar plek af, zoekend, twijfelend. Ik loop naar haar toe en ze fluistert me zachtjes in het oor: ‘mag ik ook nog een kaarsje aansteken?’ De uitdrukking op haar gezicht zegt genoeg. Dit vraagt ze niet zomaar. Er is iets waarvoor zij dit, op dit moment, heel erg nodig heeft. Zij krijgt een kaarsje en de koster komt snel naar voren om de paaskaars opnieuw te pakken zodat ook dit kaarsje aangestoken kan worden aan het licht van de paaskaars. Dan staat zij daar met haar kaarsje bij de standaard, bij het Mariabeeld. Biddend.

Het is muisstil in de kerk. Iedereen voelt: hier gebeurt iets. Iemand draagt verdriet met zich mee en vindt troost in het aansteken van het kaarsje.

Als de organiste weer gaat zitten, wacht ik nog even. Laat de stilte maar klinken.

Dan gaat de viering verder. We praten over talenten. Muziek maken. Wie orgel kan spelen heeft misschien wel vijf talenten gekregen. Wie in de kerk is en meezingt heeft er misschien twee gekregen. Wie een CD krijgt en er naar luistert gebruikt één talent. Wie de CD in een kastje weglegt, verstopt dat ene talent.

Alles heeft met elkaar te maken. Het loopt in elkaar over. De organiste met haar vijf talenten voor muziek maken, haalt een voorbeeld uit de mannen die staan te bidden. Het geeft haar de moed om zelf om een kaarsje te vragen. Zo is er plaats voor haar eigen gevoel. Want ook al ben je gekomen om muziek te maken, je brengt jezelf mee, met al wat jou bezig houdt.

We versterken elkaar. Ieder brengt zijn eigen talenten in, ieder heeft eigen zorgen en gedachten. Voor allen geldt: een kaarsje branden en bidden. Het geeft troost op moeilijke momenten.

 

Marian Boersen Justitiepastor PI Esserheem Veenhuizen

terug

Zondag 17 december 2017  


Zoeken


Lijn










© 2011 - Dienst Geestelijke Verzorging (Dienst Justitiële Inrichtingen, Ministerie van Veiligheid en Justitie)
      Disclaimer